Lezing georganiseerd vanuit Natuurvereniging KNNV Zwolle over Weerribben-Wieden. Meer informatie vind je hier.
Raar maar waar, maar in het kleine Nederland ligt het grootste laagveenmoeras van West-Europa.
In Noordwest-Overijssel vormen de Weerribben samen met de Wieden een groot moerasgebied van zo’n 12000 ha. Hiervan is 4000 ha van Staatsbosbeheer, 6000 ha van Natuurmonumenten en zo’n 2000 ha particulier eigendom.

Ze zijn ontstaan door turfwinning, het wegbaggeren van de 3 meter dikke veenlaag, t.b.v. van brandstof. De Wieden werd eerder verveend dan de Weerribben, maar overal verscheen het karakteristieke landschap van petgaten (de turfputten) en de ribben, stroken grond tussen de petgaten om de baggerturf te drogen en af te voeren. Het verveende gebied was veel groter dan nu het geval is, delen van het moeras zijn ontgonnen, zoals de polders bij Wetering en de Beulakker- en Giethoornse polder.
Na de vervening lag er een kaal landschap, vol met veenputten die langzaam begonnen dicht te groeien met allerlei waterplanten, zoals krabbenscheer, riet, fonteinkruiden en kranswieren.
Vooral met krabbenscheer groeiden de trekgaten weer dicht. Op deze drijvende plantenlaag vestigden zich andere planten, zoals riet. Door het riet te maaien en door verdere verlanding ontstonden er drijvende wortelmatten met unieke vegetaties, de trilvenen.
Door een gelaagdheid van voedselrijk naar voedselarm water in de trilvenen groeien hier veel bijzondere planten. Zo vind je er vlakwortelende planten uit zure milieus zoals ronde zonnedauw, veenpluis, dophei, veenbes, eenarig wollegras, kamvaren, veenmosorchis etc. . Deze staan in een vegetatie met voedselrijke en mesotrofe soorten zoals riet, galigaan, rietorchis, paddenrus en zegges.
Door het maaien van het riet werd de verder successie tegengegaan en ontstonden er duizenden ha trilveen, een uniek gebied. Door verandering in waterhuishouding door o.a. de Noordoostpolder en de aanleg van polders rondom de Weerribben en de Wieden, trad er verdroging op en versnelde verlanding. Sommige delen zijn daardoor verbost met elzen, berken en grauwe wilgen. Van de ene kant geen goede ontwikkeling, maar het zijn wel een van de natuurlijkste bossen in Nederland!!! Sommige zijn al 80 jaar oud en hebben en ongestoorde ontwikkeling.
Vooral de jonge verlandingen met riet, die te slap zijn om te maaien, zijn eldorado’s voor de moerasvogels. Hier is de grootste populatie van Nederland van de rietzanger, snor en sprinkhaanzanger. Ook de roerdomp is door de aanleg van de nieuwe moerassen en aangepast beheer weer een redelijk talrijke broedvogel.
In de bossen zit nog een redelijke populatie matkopmezen en alleen in de Weerribben zo’n 30 tot 40 paar wielewalen.
Het gebied is ook een van de beste libellengebieden in Nederland. Van de 80 soorten zijn er 52 in de Weerribben waargenomen, in de Wieden iets minder. Soorten als Kempense heidelibel, groene glazenmaker en gevlekte glanslibel hebben de grootste populaties in de Weerribben-Wieden.
Een van de icoonsoorten is natuurlijk de Grote Vuurvlinder, een endemische soort die alleen nog maar in de Weerribben en de Rottige Meente voorkomt. Door extra beschermingsmaatregelen is de populatie behoorlijk gegroeid en wordt er gewerkt aan een verbinding voor deze soort naar de Wieden.
Kortom, een bijzonder gebied.
Jeroen Bredenbeek
Meer informatie vind je hier.