Samenvatting
18 maart 2026 zijn de verkiezingen voor de gemeenteraad. De standpunten van de verschillende partijen zijn wel duidelijk. Hoe komt de natuur er vanaf? “Die heeft niet alleen beperkingen, maar biedt juist ook kansen. Maar dan moet je ook over grenzen durven kijken” stelt André van de Nadort, voorzitter van Nationaal Park Weerribben-Wieden.
Volgende week zijn de gemeenteraadsverkiezingen. De standpunten van de verschillende partijen zijn wel duidelijk. Extra woningen bouwen, meer inspraak voor bewoners, de lasten laag houden. En hoe komt de natuur er vanaf? “Die heeft niet alleen beperkingen, maar biedt juist ook kansen. Maar dan moet je ook over grenzen durven kijken” stelt André van de Nadort, voorzitter van Nationaal Park Weerribben-Wieden.
Hoe goed zijn de verschillende verkiezingsprogramma’s voor het Nationaal Park?
“Dat is een goede, maar ook ingewikkelde vraag. De nationale parken (21 in heel Nederland) zijn op voordacht van de provincies aangewezen door het Rijk. Weerribben-Wieden als grootste laagveenmoeras van Noordwest-Europa. Met een bijzondere geschiedenis, uniek erfgoed en heel bijzondere planten en dieren, zoals de grote vuurvlinder, otter en meer dan 50 soorten libellen. Als stichting geven wij uitvoering aan het Beleidsprogramma Nationale Parken. Dat doen we in opdracht van Rijk en provincie. De invloed van de gemeente is dus minder groot. Tegelijkertijd hebben we dat grote natuurgebied in onze gemeente. En dat brengt verantwoordelijkheden, maar ook kansen met zich mee. Toch is er maar 1 partij die opschrijft dat we het Nationaal Park moeten koesteren.”
Meer natuur is een afspraak die de lidstaten in Europa hebben gemaakt. De bestaande natuur beter beschermen ook. Daar heb je lokaal niet zoveel invloed op. Daar moet je eerlijk over zijn.
We hebben wel genoeg natuur, hoor je ook…
“Dat. En ‘prima, maar natuur mag niet ten koste gaan van huizen bouwen, of nieuwe industrieterreinen, of landbouw’. Maar, niet alles kan overal, zei Johan Remkes al in 2020. En daar kan de gemeente wel een grote rol spelen. Dan moeten we wel het hele verhaal vertellen. In Steenwijkerland is het nationaal park een derde van het grondgebied. De landbouw gebruikt 55% van de grond, 4% is bebouwd. Je kunt dan wel stellen dat we genoeg natuur hebben, maar er is een groter plaatje. In Overijssel is 14% natuur, bijna 70% landbouw en 8% bebouwd. In heel Nederland is het 12% natuur – 54% landbouw – 9% bebouwd.
Meer natuur is een afspraak die de lidstaten in Europa hebben gemaakt. De bestaande natuur beter beschermen ook. De afspraak om klimaatverandering te beperken hebben we wereldwijd gemaakt. Daar heb je lokaal niet zoveel invloed op. Daar moet je eerlijk over zijn. Bovendien biedt die natuur niet alleen beperkingen, maar juist ook veel kansen.”
Natuur is dè banenmotor van Steenwijkerland én de basis voor de gezondheid van onze inwoners.
Waar liggen die kansen dan?
In één van de huis-aan-huis-kranten reageren de partijen op de vraag of natuur en landbouw samengaan. Gaat dat samen?
“Als boerenzoon denk ik dat het eerlijke antwoord is ja én nee. De landbouw is onlosmakelijk verbonden met dit gebied. Kleinschalige landbouw op de hoger gelegen delen vindt al eeuwen plaats. Bovendien spelen de riettelers ook vandaag de dag een belangrijke rol in natuurbeheer, samen met Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer. Maar, de impact van grootschalige en intensieve landbouw op de natuur is te groot. Daarom staat de natuur in Nederland en ook in Weerribben-Wieden onder druk. We hebben de wettelijke taak om die te beschermen. En dat zouden we ook moeten willen, want gezonde natuur is ook gezond voor ons.
Niet alles kan overal, bovendien kun je je ook afvragen of het huidige systeem van groter en meer wel toekomstbestendig is. Het afvoeren van mest wordt een steeds grotere kostenpost, die problematisch wordt als de melkprijs daalt. Een andere manier van boeren, in combinatie met natuur- en landschapsbeheer, waterberging of andere maatschappelijke diensten, zoals zorg, moeten volop ruimte krijgen. De landelijke overheid moet met beleid komen zodat de boeren die willen omschakelen, dat ook financieel kunnen doen. Maar met een andere manier van boeren kunnen ook klimaat-, water- en natuurdoelen worden gehaald. De boer moet daarvoor worden beloond.”
Waar heeft u zich het meest aan geërgerd?
En rentmeesterschap?
Dat ene vlindertje, de grote vuurvlinder, komt in de hele wereld alleen maar hier voor. Dat zegt iets over hoe bijzonder ons gebied is.
Waar hoopt u op?
We moeten ons gaan afvragen hoe we ervoor zorgen dat dit landschap ook over 50 jaar nog leeft. Hoe combineren we natuur, wonen, economie en landbouw zonder het systeem te overbelasten? Hoe brengen we rentmeesterschap terug als leidend principe in plaats van korte termijn winst? Weerribben-Wieden verdient geen strijd om macht. Het verdient een gesprek over verantwoordelijkheid — voor alle bewoners, menselijk en niet-menselijk. Want pas als we hen allemaal meenemen, kunnen we zeggen dat we echt voor dit gebied staan.”